Teun Bousema

Hoogleraar Epidemiology of Tropical Infectious Diseases

Paracetamol, of toch niet...

Ik heb twee presentatieblunders. De eerste is ergens nog wel grappig. Ik mocht een belangrijk verhaal houden op een groot malaria congres in Basel. Toen ik opstond voelde ik me wat ziekjes. In die tijd, pre-COVID, dacht je nog: wat paracetamol erin en gewoon proberen. Ik nam een licht ontbijt, trok mijn hardloopschoenen aan en rende een stukje door een park om op te frissen. Vlak voor mijn sessie wilde ik nog even snel een paracetamol booster nemen. Ik drukte een pil uit de strip en slikte die weg met water.

Bij doorslikken besefte ik al dat ik geen paracetamol had ingenomen. Het was een sterke slaappil die ik voor noodgevallen in mijn toilettas had. Zo hing ik ineens met een vinger in mijn keel boven een Zwitsers toilet in de hoop mijn inname ongedaan te maken. Zonder succes. Toen nam ik een quadrupel espresso in de hoop de sterke pil te neutraliseren. Uiteraard hield de adrenaline me op de been en kon ik er nog een grap over maken tijdens mijn verhaal dat, heel ironisch, deels ging over het belang van correct medicijngebruik bij het terugdringen van de verspreiding van malaria.

Fake it, until you make it?

Mijn echte blunder was minder aangenaam. Ik was uitgenodigd om op Harvard een verhaal te geven voor een prestigieuze workshop. Uit de hele wereld waren beleidsmakers en steronderzoekers uitgenodigd voor een serie lezingen van experts. Ik was één van de experts. Ik kreeg mijn vlucht vergoed, er stond een limousine klaar om me op te halen van het vliegveld en ik had een prachtig naambordje met (Brits) vlaggetje omdat ik toen in Engelse dienst was. Het enige nadeel: ik was gevraagd een verhaal te houden over iets dat vrij ver buiten mijn comfortzone lag.

Het ging over een beleidsaspect van malaria eliminatie, terwijl mijn onderzoek op dat vlak vrij fundamenteel van aard was. In het vliegtuig probeerde ik mijn dia’s aan te passen om de vertaalslag te maken, maar eigenlijk had ik geen idee waarover ik het had. En dat werd pijnlijk duidelijk bij mijn presentatie. Ten overstaan van het hoofd van de Wereldgezondheidsorganisatie en tal van invloedrijke mensen gaf ik mijn slechtste presentatie ooit.

Een senior-adviseur van de Bill & Melinda Gatesfoundation, een van mijn belangrijkste financiers, maakte het nog pijnlijker. Hij stelde de ene na de andere moeilijke vraag totdat er eigenlijk niets van mijn verhaal over bleef. Na een martelgang van een half uur was het voorbij. Ik voelde me onwaarschijnlijk beroerd toen de limousine me terugreed naar het vliegveld. Ik was een slechte keuze geweest en ik was er van overtuigd dat de organisatoren er hetzelfde over dachten.

Uiteraard heb ik ervan geleerd dat een uitnodiging weliswaar vleiend kan zijn, maar dat ik echt alleen in moet gaan op een uitnodiging als ik vrij zeker weet dat ik de juiste persoon ben om dat verhaal te vertellen. Sindsdien heb ik gelukkig ook veelvuldig wel een goede indruk gemaakt bij het hoofd van de WHO en de Gatesfoundation. Maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik er nu om kan lachen; het geeft me nog steeds een ongemakkelijk gevoel.